|
Charles Sheffield probeert in dit boek een hard SF verhaal neer te zetten in de traditie van Heinlein en Baxter.
De verhaalelementen zijn redelijk traditioneel: een kernoorlog maakt een einde aan het bestaan van de mensheid op de Aarde, maar een kleine groep mensen weet te overleven op de diverse ruimtestations.
Na een eerste strijd ter overleving worden tenslotte toch de sterren bereikt. Nadat de eerste 'generatie-schepen' naar de sterren vertrekken wordt niet alleen de 'koude-slaap' ontwikkeld, maar ook iets dat veel belangrijker is: het vertraagd bewustzijn.
Dit is een toestand waarin iemand een zeer lage stofwisseling krijgt, en daardoor in staat is zeer lang, maar ook zeer traag te leven. Zo traag dat het voor een buitenstaander nauwelijks waarneembaar is dat een vertraagd iemand zich beweegt.
Het centrale thema van het boek is dan ook het verschil tussen het 'normaal' en 'vertraagd' bestaan en het confict dat hierdoor bestaat tussen de normale en de ogenschijnlijk 'onsterfelijke' mensen.
Hoewel het verhaal redelijk onderhoudend is had er volgens mij meer uit dit thema gehaald kunnen worden. Hoewel de flap van het boek zegt dat het verhaal deels herschreven is en maar liefst 25.000 woorden langer is geworden is dit niet aan het eindresultaat af te zien. Mogelijk was het verhaal als novella krachtiger dan deze lange variant. Vandaar het matige eindoordeel.
|