366 pag.
12 maart 2009
|
Dit eerste deel van deze trilogie start zo'n 20 jaar ná "De reis van de Jerle Shannara".
Grianne Ohmsford is inmiddels de Aartsrhys, ofwel de voorzitter van de heropgerichte Druïde-raad. Zij is echter niet onomstreden en heeft binnen de raad vijanden die haar weg willen hebben. Ze wordt op slinkse wijze naar Jarka Ruus, het duistere rijk, ontvoerd. Een neef, Pen Ohmsford, wordt door Tagwen, haar dienaar betrokken bij een poging haar te bevrijden. Met deze reeks heeft Terry Brooks geen vernieuwende paden ingeslagen. Het gaat als zovaak om een jongeling die tegen wil en dank betrokken wordt bij de strijd tussen goed en kwaad en en door middel van een queeste opgroeit. Terry had wel een iets minder voor de hand liggende plot kunnen uitkiezen en het zou mooi zijn geweest als hij buitende de gebaande paden van de fantasy zou treden. Dat is met dit eerste deel zeker niet het geval. Misschien in deel 2 meer verrassingen..... |
Eindoordeel: 6,5